Bezoek aan Marlute in Roemenië – door Lianne Jonkman

Dag allemaal,

Eind oktober ben ik op bezoek geweest bij Marlute. Eerst ben ik een paar dagen in Sadova geweest en gelogeerd bij Marlute en haar Rroma oma. Vervolgens hebben we nog een stukje natuur van Roemenië bekeken en Timisoara bezocht. Vooral de eerste dagen in Sadova hebben veel indruk op mij gemaakt en mijn ervaringen van daar wil ik dan ook met u delen.

In de paar dagen dat ik in Sadova was heb ik de hartelijkheid van deze mensen mogen ervaren. Marlute is door het hele dorp geadopteerd als (klein)kind en zus. En als gast van haar was ik ontzettend welkom bij iedereen! Samen met Marlute ben ik dan ook bij verschillende mensen langs geweest. Ik heb genoten van de ontmoetingen en Marlute vertelde en vertaalde mij hun verhalen. Mooie verhalen maar ook ben ik geschrokken van de vele problemen. De meeste hiervan voortkomend uit armoede en discriminatie. Zo leerde ik mijn eigen zegeningen tellen.

Samen met Marlute heb ik ook verschillende kerkdiensten bezocht. Ik werd enthousiast ontvangen en heb genoten van hun bijzondere diensten. De dienst verloopt namelijk wel wat anders dan ik gewend was. Naast de preek wordt er een kringgebed gedaan waarbij de hele gemeente aan het woord komt. Daarnaast is er ruimte voor een eigen bijdrage. Voor de vrouwen was dat meestal het zingen van een lied en de mannen namen vaak het woord om te vertellen hoe een bijbelgedeelte tot hen gesproken had. Zo lieten ze echt in hun hart kijken. Heel bijzonder.

Toch merkte je ook door de preken hen dat er een tekort is aan bijbels onderwijs. Mensen hebben geen catechese gehad en/of kunnen niet zelf lezen. Ook predikanten zijn niet grondig opgeleid. Dat maakt het werk van Marlute zo belangrijk, zowel haar schriftelijke en mondelinge vertaalwerk als ook de bijbelstudies voor de vrouwen en de kinderclubs. Ik bid dat God haar zegent zodat ook de Rroma’s de volheid van de genade gaan zien en de vreugde van het evangelie gaan ervaren zodat het geloof hen troost zal bieden in de moeilijke dagelijkse omstandigheden waarin ze leven.

Eén van de kerken die ik heb bezocht was ‘De kerk van hoop’. De pastor vroeg mij u als broeders en zusters in Christus te groeten met de woorden uit psalm 20.

1 Een psalm van David, voor de koorleider.
2 Moge de HEERE u verhoren in de dag van benauwdheid,
de Naam van de God van Jakob u in een veilige vesting zetten.
3 Moge Hij u hulp zenden uit het heiligdom
en u ondersteunen uit Sion.
4 Moge Hij aan al uw graanoffers denken
en uw brandoffer tot as verteren.     Sela
5 Moge Hij u overeenkomstig de wens van uw hart geven
en al uw voornemens in vervulling doen gaan.
6 Wij zullen juichen over uw heil
en de vaandels opheffen in de Naam van onze God.
Moge de HEERE al uw verlangens vervullen.
7 Nu weet ik dat de HEERE Zijn gezalfde verlost!
Hij zal hem verhoren uit Zijn heilige hemel,
met machtige daden van heil door Zijn rechterhand.
8 Dezen vertrouwen op strijdwagens en die op paarden,
maar wíj zullen de Naam van de HEERE, onze God in herinnering roepen.
9 Zíj kromden zich en vielen,
maar wíj zijn opgestaan en staande gebleven.
10 HEERE, verlos;
moge die Koning ons verhoren op de dag dat wij roepen.

Ik wil u vragen om deze gemeente terug te groeten met een persoonlijk gebed voor hen. Wilt u vandaag in uw gebed aan hen denken en voor hen bidden?

Hartelijke groeten, Lianne Jonkman

Lianne en oma

vlnr. Marlutes “oma” en Lianne

Advertisements

Bezoek aan Marlute in Roemenië – door Carola Post- Besseling

Eind september heb ik samen met een goede vriendin een bezoek gebracht aan Marlute in Sadova. Het was inspirerend en bijzonder om het dorp en de mensen te zien en ontmoeten. Wat een andere cultuur en omgeving dan bij ons. Het eten, de kleding, de kerkdienst, het klimaat, de huizen. Ik heb respect voor Marlute hoe ze zich beweegt in het dorp en hoe ze zich aanpast en daarbij zichzelf blijft. Ondanks dat de reis kort was heb ik veel gezien en geleerd en heeft Roemenie voor altijd een klein plekje in mijn hart.

Negen september ben ik samen met Suzanne Bosch, een goede vriendin, vertrokken naar Roemenië. We vonden het best spannend om 2000 km te rijden dus we hadden besloten om tussendoor twee keer te overnachten. Op dag 1 ging de reis al niet meer zoals gepland. Na een klein auto ongelukje waren we ‘gedwongen’ om twee dagen langer in Tsjechië te blijven. Gelukkig heeft een garage ons weer op weg geholpen en was de planning dat we donderdag 14 september bij Marlute zouden arriveren. Ook dit liep niet helemaal zoals gepland. We waren zo handig om alleen Sadova in onze Tom Tom in te voeren waardoor we richting het noorden zijn gereden in plaats van het zuiden. Uiteindelijk zijn we zondag 17 september dan toch aangekomen (tussendoor zijn we nog  3 nachten bij een vriendin van Suzanne geweest).

Bij aankomst zijn we meteen meegenomen in het ritme van Marlute. We hebben meteen geproefd van de kookkunsten van Baba. Het eten is lekker maar het beval wel veel olie, vlees en brood. Om 18:00 begon de kerkdienst dus na het eten zijn we meteen in rokken en sjaals van Marlute gehesen. Tijdens deze dienst werd ook van ons verwacht om een Nederlands liedje te zingen. Dus ja, daar sta je dan met je goede gedrag en je niet al te beste zangkwaliteiten.

In de avond maakten we ook meteen kennis met het sociale leven in Sadova. Het huis en het erf van Baba is een grote in- en uitloop van mensen, vooral familie. De taalbarrière was wat lastig maar gelukkig konden Marlute en haar twee teamgenoten (die er toevallig ook waren) voor ons vertalen. De band tussen Marlute en haar Baba vond ik echt mooi om te zien. Ze zijn erg gesteld op elkaar maar durven elkaar ook goed te zeggen waar het op staat. Ze springen ook voor elkaar in de bres. Marlute had pas geleden een man die haar het hof maakt. Baba vond dat niet zo een geschikte kandidaat dus die is even langs gegaan. Toen ze stenen naar het huis gooide en flink met haar stok zwaaide, was de boodschap wel duidelijk denk ik.

De tweede dag hebben we Marlute meegenomen naar Craiova voor een relaxdagje dat bestond uit zwemmen, een bezoek aan de kapper en lekker uit eten. Het weer was nog prachtig dus dat droeg bij aan een gezellige en zomerse stemming.

Op dag drie heeft Marlute ons het dorp laten zien en kennis laten maken met haar opa’s en oma’s in Sadova. Geloof me, Marlute heeft heel veel familie daar en ze hoeft nooit alleen te zijn. Er is altijd wel iemand die op bezoek komt of waar ze zelf op bezoek gaat. Het viel me op dat de mensen echt op Marlute gesteld zijn en dat ze een van hen is. Daarnaast was de gastvrijheid ook bijzonder om te ervaren. Een van haar oma’s trok meteen alles uit de kast om een lekkere maaltijd voor ons klaar te maken (om 3 uur in de middag). De gastvrijheid en liefde van haar familie vond ik inspirerend en ontroerend. Ik hoop hier ook iets van mee te nemen in mijn eigen dagelijks leven.

Al met al vond ik het ontzettend leuk en inspirerend om te zien waar Marlute woont, met wie ze optrekt en wat voor werk ze doet. Het is echt een aanrader om een bezoekje te brengen, dus mocht je nog geen vakantiebestemming hebben voor komend jaar………

Carola en Suzanne en vrouw bijbelstudie Stella

vlnr. Suzanne, Stella, Carola

 

Oppassen met eten, how to be careful with food

*For English, please scroll down*

Oppassen met eten – Eten bij de Roma in Roemenië

In januari 2015 kwam ik voor het eerst in een dorpje in Zuid-Roemenië waar ik ging wonen in een Rroma gezin. Voor mijn werk als Bijbelvertaler naar het Romani ging ik hier wonen om de Romani taal en cultuur beter te leren kennen. Ik werd met open armen ontvangen. De oma had een rijke maaltijd gekookt en zette dat voor me neer. Ik at wat ik kon, maar het was niet genoeg. ‘Ben je aan de lijn?’ vroegen ze in koor. ‘Eet meer, eet meer! Er is genoeg!’ De eerste woorden die ik leerde in het Rromani waren: ‘Ik zit vol. Ik eet niet meer.’ Aan het begin at ik alles en overal, maar na een week gaf mijn maag het op. Ik vertelde het aan mijn Rromani ‘oma’, maar haar reactie was dat ik méér moest eten: rijst, kaas, eieren, maar ik wilde gewoon even niks. Volgens mijn oma kon ik maar beter niet over mijn maag- en darmproblemen praten. Het is niet zo netjes om over ‘diarree’ te praten. Het lastige was alleen dat ze aan alles en iedereen verkondigde dat ik geen vlees meer wilde eten en dat ik weinig at. De mensen vroegen dan ‘Waarom?’. Tja, wat zeg je dan als je de echte reden niet mag noemen?

De belangrijkste reden dat ik last van mijn maag heb, is dat het eten hier vetter is en er wordt veel vlees gegeten., veel (witte) bonen en kool. Mijn oma gebruikt ongeveer een liter olie per week. Toen ik zei dat ik niet goed tegen vet eten kan (ook in Nederland moet ik uitkijken met vet eten), zei oma: ‘Dat komt goed uit, ik kan ook niet tegen vet eten, dus we eten nooit vet.’ Toen wist ik dat het een hopeloze zaak was.

U denkt misschien: ‘Als ze niet tegen dat eten kan, waarom maakt ze dan niet gewoon haar eigen eten?’ Dat kan, maar dan maak je meteen een groot statement. Eigenlijk zeg je: ‘Jouw eten is niet goed.’ En daarmee zeg je: ‘Jij bent niet goed.’ Door het eten te weigeren, weiger je dus ook de mensen zelf. De reden dat dit zo gevoelig ligt, komt deels door de sociale positie van de Rroma. Rroma in Roemenië staan erom bekend dat ze vies en onhygiënisch zijn. Een keer was ik met een Roemeens meisje aan het praten en ik vertelde dat ik bij Rroma woon. ‘Eet je daar ook?’ vroeg ze. Ik vond dat een rare vraag, natuurlijk eet ik daar ook. Als je bij iemand woont, dan eet je daar ook. Maar zij vond het bewonderenswaardiger dat ik met Rroma at, dan dat ik daar woonde. Veel Roemenen eten niet zomaar bij Rroma. Ze zijn bang dat ze daar ziek van worda

 

*English*

Being careful with food, eating with the Roma in Romania. 

 

In January 2015, I first went to live in a village in South-Romania, to live with a Roma family. For my work as Bible translator I had decided to live there to learn the Roma culture and language. They welcomed me with open arms. The grandma of the family had prepared a rich meal and put that in front of me. I ate as much as I could, but it wasn’t enough for her. ‘Are you on a diet?’ they all asked. ‘Eat more, eat more! There’s enough!’ The first words I learned to say in Romani were: ‘I am full. I won’t eat any more.’ In the beginning I ate everything and everywhere, but after about a week my stomach gave up. I told it to the grandmother, but her reaction was that I should eat more. She said: ‘Eat rice, eat cheese, eat eggs,’ while all I wanted was to eat nothing at all for a while. According to her it was better not to speak about my stomach problems. It’s not done to speak about ‘diarrhoea’. What made this difficult was that she told everyone that I didn’t want to eat meat any more and that I didn’t eat a lot. The people would ask me why, and then what do you say if you’re not allowed to say the real reason?

I think the main reason my stomach has problems with this food is that it’s more greasy than I am used to, many people here use about a litre of oil a week. When I said that I can’t really cope with greasy food (even in Holland I have to be careful with this), the grandma said: ‘That’s very good, I can’t cope with greasy food either, so we never eat greasy food.’ I knew my case was hopeless.

Maybe you think, if you can’t cope with the food, why don’t you just cook your own? That’s possible, but by doing this, you are making a statement. In fact you are saying: ‘Your food is not good.’ And by saying that, you are saying: ‘You are not good enough.’ So by refusing the food, you also reject the people themselves.

I think that one of the reasons why this is such a sensitive issue is the social position of the Roma. The stereotype of Roma is that they are dirty and unhygienic. Once I was talking to a Romanian girl and I told her that I live with Roma. ‘Do you also eat there?’ she asked. I thought that was a really weird question. Of course I eat there. If you live in somebody’s house, you also eat there. But she thought it was more special that I ate with Roma than that I lived with Roma. Many non-Roma here prefer not to eat at the house of Roma. They are afraid that it will make them ill, because it’s unhygienic. That’s why I have chosen to eat as much as possible with the people here, because by doing that I show that I accept the people. That this makes my stomach hurt more is something I’m willing to accept.

There are boundaries to how far I’m willing to go. People don’t have any problems using each other’s glass. I don’t do that. I always make sure I have my own glass and that I’m sure it has been cleaned with clean water. The same I do for the plate and the cutlery I use. The water that comes from the tap here is good drinking water, but people have the habit of keeping water in buckets and drinking that. I don’t drink that, but there are also Roma people who refuse to drink that. As you see, I always have to chose between my health and the message I want to send out. It’s becoming easier however, because the better I get to know the people, the easier it is to refuse something. You build a relationship of trust with each other, so that they know that I respect them and that I love them, without it being necessary to prove that all the time. And if I think that I really can’t refuse something that is possibly bad for my health, I pray: ‘Lord, bless this meal, and make it well for my body. Amen.’ We are safe in the arms of God. Thankfully though, my stomach has become stronger now, so I can enjoy the nice Roma food better.

Het dagelijkse leven, the daily routine

*For English please scroll down*DSC00564Het is ‘s ochtends. De telefoon gaat. Het meisje dat naast me slaapt schreeuwt door de telefoon: ‘Avau avau! (ik kom, ik kom)’. ‘Wie is het?’ vraagt oma. Dit is het teken dat de nacht voorbij is. Ik probeer nog even mijn ogen dicht te houden, maar na een tijdje geef ik het op en ga ik er ook uit. Ons erf heeft twee huizen, een klein huis en een groot huis. Het kleine huis bestaat uit een keuken en een woonkamer die ook als slaapkamer dient. We slapen in het kleine huis, maar de badkamer is in het grote huis. Ik werk meestal in de keuken. Regelmatig loopt er iemand binnen om even ‘hallo’ te zeggen of iets te vragen. Soms komt oma en zegt: ‘Waarom eet je niet? Hier! Eet!’ En dan eet ik wat. Tegenwoordig weiger ik wat vaker om te eten, omdat ik last heb van mijn maag. Het eten is hier heel anders dan dat we dat in Nederland gewend zijn, meer vlees en meer olie, maar mijn oma kan wel goed koken. In het dorp staat ze bekend als ‘de kok’. Ik ga ook regelmatig bij mensen op bezoek. Er is een ander echtpaar die ik ook ‘opa’ en ‘oma’ noem. Zij geven me graag Italiaanse thee en andere lekkernijen. Tegenwoordig heb ik ook meer contact met jongeren uit het dorp. Dat is wel een andere moeilijkheidsgraad, want die spreken veel sneller dan de oudere mensen. Ze hebben geprobeerd om me te leren dansen, maar tot nu toe was dat tevergeefs. Ik ben enorm populair in dit dorp, en ben zelfs al een keer ten huwelijk gevraagd (ik heb geweigerd).

Dat is zo’n beetje de dagelijkse gang van zaken. Ik vind het altijd bijzonder hoe snel de dingen normaal zijn, en dat te bedenken dat ik twee jaar geleden in Roemenië begon. Sinds ik terug gekomen ben van de vertaalcursus in Engeland heb ik er veel verantwoordelijkheden bij gekregen. Ik ben nu hard aan het werk met de vertaling. Eerst studeer ik hoe een bepaald hoofdstuk in elkaar zit en hoe het er in het Hebreeuws staat. Dan schrijf ik in het Roemeens verschillende mogelijke vetalingen. Dat document stuur ik op naar de vertaler en dan kijken we samen naar zijn vertaling om te kijken of dat een goede vertaling is van de originele tekst. Dit doen we via Skype. De vertaler komt oorspronkelijk uit het dorp waar ik nu woon, maar hij woont nu in Duitsland. Ik heb tegenwoordig ook de zorg over een collega uit Amerika. Zij is hier voor een jaar om te ontdekken of het beroep van Bijbelvertaler bij haar past. Zij heeft haar eigen kamer in het grote huis. Dat was eerder mijn kamer, maar ik slaap nu bij de anderen. Ik probeer haar zoveel mogelijk te laten zien van wat ik doe, zodat ze een goed beeld heeft van het vertaalproces.

Ik hou heel veel van dit werk. Het is erg afwisselend en ik vind het mooi om de Bijbel zoveel beter te leren kennen.

English

It’s morning. The phone is ringing. The girl that’s sleeping next to me screams through the phone: Avav avav (I come I come)! ‘Who is it?’ asks grandma. This is the sign that the night is over. I try to keep my eyes closed for a little bit longer, but then I give up and get out of bed. Our courtyard consists of two houses: one small house and one big house. The small house consists of a kitchen and a living room, which is also used as bedroom. The bathroom is in the big house. I usually work in the kitchen. Often somebody will come by to say ‘hello’ or to ask something. Sometimes grandma comes and says: ‘Why aren’t you eating? Here! Eat!’ And then I eat, or not, because lately I have had some stomach issues. The food is different here than it is in Holland, more meat and more greasy. But it is good food, my grandma is known here as ‘the cook’. I regularly visit people. There is another couple I call ‘grandpa’ and ‘grandma’. They like to serve me Italian tea or soda and other treats. Nowadays I also hang out more with the young people from this village. This is another degree of difficulty, because they speak faster. They tried to teach me how to dance, but it hasn’t been succesful yet. I am very popular in this village, somebody even asked me to marry him (I said no).

This is a bit what the daily life in Sadova is like. I am always amazed with how fast things become normal, especially when you realise that I started only two years ago. Since I came back from the translation course in England, I got some more tasks. I work hard on the translation work. First I study how a passage is written and what the Hebrew means. Then I write different translation possibilities in Romanian. I send this document to the translator and together we check if the translation he made is a good translation of the original text. We discuss this via Skype, because, although he is from the village I live in, he now lives near Berlin. I also have the care of a colleague from America. She is here for a year to see how it is like to be a Bible translator. She has her own room in the big house. This used to be my room, but I now sleep with the others. I try to show her as much as possible of what I do, so that she has a good view of what the translation process is like.

I really enjoy my work. It has a lot of variety and I love it to learn so much about the word of God.

Vertaalcursus in Engeland

Op dit moment ben ik in Engeland om een cursus Vertalen te volgen. Ik ben hier nog tot begin maart. Als ik deze cursus afgerond heb, zal ik zelf een vertaalproject kunnen leiden.

Om te ervaren hoe het is om een tekst te vertalen, kregen we een tekst uit Papoea Nieuw Guinea die we naar onze moedertaal moesten vertalen, voor mij dus het Nederlands. Zo konden we zien dat het niet altijd genoeg is om alles woord voor woord te vertalen. De cultuur in Papoea Nieuw Guinea is zo anders, dat de meeste Nederlanders zich niet kunnen voorstellen hoe het daar is. Daarom moet je in de vertaling soms dingen toevoegen, om te zorgen dat de lezers de tekst kunnen snappen. Hieronder is de tekst die ik vertaald heb.

Papoea Nieuw Guinea ligt naast Indonesië. In dat land is een school voor dominees, het Lawes College. De studenten van het Lawes College hadden samen een groentetuin. Elke middag gingen ze met hun vrouw en kinderen werken in de tuin. Deze tuin gebruikten ze om het eten wat ze elke week van het College ontvingen aan te vullen. De school was in de buurt van een dorp. De inwoners van dit dorp hadden varkens die vrij rond liepen. Ze hielden hun varkens niet goed in de gaten en daarom kwamen de varkens regelmatig in de tuin van de studenten. Daar aten ze de groenten uit de tuin op en ze maakten een troep van de tuin.

Daarom ging een van de studenten op een avond, naar de tuin om te kijken of hij een varken kon snappen. Het schemerde. Hij nam een speer in zijn hand en ging op pad. Nauwlettend keek hij om zich heen om te zien of hij een varken zag, en kijk, daar zag hij er een. Hij sloop er stilletjes op af. Het varken mocht hem niet zien, want anders zou het ontsnappen en daarom zorgde hij ervoor dat hij achter het varken bleef. Hij kwam steeds een beetje dichterbij en toen gooide hij zo hard mogelijk zijn speer in het varken en maakte het dood. Hij trok het naar een boom en verstopte het, want hij wilde niet dat iemand uit het dorp het varken vond. Snel ging hij naar huis, pakte een mes, en zei tegen zijn vrouw dat ze mee moest komen. Samen gingen ze terug naar de plek waar hij het varken gelaten had.

Om het haar van het varken te verbranden, maakte hij een wigwam van kokosbladeren om het varken heen. Toen het haar verbrand was, was het inmiddels donker geworden. Daarom zocht hij een zaklamp, en bij het licht van de zaklamp sneden hij en zijn vrouw het varken in stukken. Ze deden het vlees in een pan en droegen het naar huis.

Die nacht aten ze het varken. De man vertelde het ook aan zijn medestudenten en iedereen kwam met een pannetje om in het vlees te delen, er was ook een aantal docenten bij. Maar een van de studenten, Peka, was boos op Kipa. Daarom ging hij naar de directeur en zei: “Kipa heeft een varken uit het dorp gestolen!”

De directeur liet Kipa meteen bij hem komen. Toen Kipa gekomen was, zei de directeur tegen hem: “Peka zei dat je een varken uit het dorp gestolen hebt.”

Kipa antwoordde: “Ik weet dat ik een varken gedood heb, maar ik weet niet dat ik het gestolen heb.”

De directeur fronste en vroeg: “Je weet dat je het gedood heb, maar je weet niet of je het gestolen hebt? Wat bedoel je?”

Ik heb een varken geslacht en ik heb het gedeeld met alle andere studenten, en ook met sommige docenten. Ook met Peka, hij heeft ook van het vlees gegeten. U kon ik helaas niks geven, want het varken was niet zo groot. Als ik het gestolen had, dan had ik het alleen met mijn vrouw en kinderen gegeten, dan had ik het aan niemand anders laten weten.”

De directeur schudde zijn hoofd, lachte, en zei tegen Kipa dat hij terug naar huis kon gaan.

Kipa stond op, zei ‘tot ziens’ en ging naar huis.

Als andermans varken in jouw tuin komt en jij maakt het dood, is dat dan stelen? Daarover zijn de meningen blijkbaar verdeeld.

Ik heb onder andere de zin toegevoegd dat Papoea Nieuw Guinea een land is en dat het naast Indonesië ligt, want dat weet niet iedereen. Ook heb ik toegevoegd dat varkens in dit dorp vrij rondlopen, want in Nederlandse dorpen lopen varkens meestal niet vrij rond. In de originele tekst stond alleen maar dat de studenten een tuin hadden, ik heb dit specifieker gemaakt door het woord ‘groentetuin’ te gebruiken. Anders zouden mensen kunnen denken dat het een tuin met bloemen is waar de mensen gezellig kunnen zitten.

In Bijbelvertaling moeten we ook denken welke extra informatie de lezers nodig hebben om de tekst goed te kunnen begrijpen. Voordat we met het vertalen beginnen moeten we daarom eerst goed analyseren in welke context de tekst geschreven is en wat alles precies betekent. Alleen als we het zelf goed begrijpen, kunnen we het op een begrijpelijke manier vertalen.

Ik heb zelf nog nooit op een varken gejaagd, maar ik ben wel goed in kippen vangen ;). P1030575.JPG

How I arrived at the mission field

*For English, please scroll down*

*Versiune românește este jos*

Op naar het zendingsveld

Op een ochtend, ik was een jaar of veertien, zat ik op de rand van mijn bed. Opeens dacht ik, ik houd van talen en van culturen, waarom zou ik geen Bijbelvertaler worden? Ik ging naar beneden, en zei het tegen mijn moeder en zij reageerde: ‘Dat vind ik nou echt iets voor jou.’ ‘Is dit mijn roeping?’ dacht ik later. ‘Zou God me op deze manier geroepen hebben?’ Hoe het ook zij, het idee ging niet meer weg. Nu ben ik hier in Roemenië, en help ik bij het vertalen van de Bijbel in het Romani, de taal van de Roma-zigeuners. Tussen dat ene moment en nu liggen twaalf jaar. Het was geen rechte weg van het moment van de roeping naar het zendingsveld. Er zijn momenen geweest waarop ik dacht dat het niet mogelijk was om dat wat ik als mijn roeping zag te vervullen, maar God heef me nooit in de steek gelaten.

Het eerste wat ik deed, toen ik dit idee kreeg was contact opnemen met Wycliffe Bijbelvertalers met de vraag wat ik moest doen om Bijbelvertaler te worden. Hun antwoord was dat ik taalwetenschap moest gaan studeren. Dus koos ik alle talen die ik kiezen kon, op weg naar de studie taalwetenschap. Nadat ik bij de Wycliffe orientatiecursus geweest was, ging ik vol enthousiasme taalwetenschap studeren aan de VU. Alles liep op rolletjes, en toen het einde van mijn bachelor in zicht was, besloot ik te solliciteren bij Wycliffe. Ik had namelijk gehoord dat een sollicitatieprocedure meestal een jaar duurt, dus dan zou ik meteen na het afronden van mijn master kunnen beginnen.

De sollicitatie verliep gladjes. Zelfs dingen die ik helemaal niet met het oog op Bijbelvertalen gedaan had (studeren in Frankrijk, bijbanen etc.), bleken een perfecte voorbereiding te zijn op wat me te wachten stond. Maar een simpel telefoontje schopte alles in de war: ik moest een verzekering voor expats regelen. Zodra ik dat hoorde wist ik dat het foute boel was. Ik heb namelijk een chronische botziekte en heb daarvoor meerdere operaties moeten ondergaan. Het bleek inderdaad onmogelijk om een verzekering voor expats te krijgen, en de weg naar het Bijbelvertaalwerk leek daarmee afgesloten te zijn. Er volgde een periode van afwachten, mogelijkheden onderzoeken, en weer afwachten. Ik besloot een jaar naar Duitsland te gaan, om theologie te studeren. Aan het begin was het nog steeds mijn focus om Bijbelvertaler te worden, maar hoe langer de stilte vanuit het Wycliffe kantoor duurde, hoe minder ik erop durfde te hopen dat er nog een mogelijkheid zou zijn.

Ik verzoende me met het feit dat ik ook op een andere manier in Gods koninkrijk zou kunnen werken, en begon te solliciteren naar andere banen. Het solliciteren ging alleen helemaal niet goed. Op een dag was ik me bij mijn ouders aan het beklagen over mijn situatie, en toen zei mijn moeder: ‘Probeer nog een keer een e-mail te sturen naar Wycliffe. Als je dan nog steeds geen positief antwoord krijgt, sluit je het voor altijd af, maar probeer het nog één keer.’ Het was zoals Jezus zei tegen zijn discipelen: ‘Gooi je net uit aan de andere kant.’ Tegen beter weten in stuurde ik een e-mail naar Wyclife, en warempel, mijn net zat vol met vissen: ik hoefde alleen nog een psychologisch onderzoek te doen, en dan was ik aangenomen. Uiteindelijk ben ik ook echt aangenomen. Ik moet nu drie maanden per jaar in Nederland zijn om mijn Nederlandse verzekering te behouden en ik heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. De situatie is dus niet ideaal, maar ik ben God elke dag dankbaar dat het mogelijk is.

Op het zendingsveld is het niet zo als ik het me had voorgesteld. Ik weet niet precies wat ik had verwacht, maar ik ik had het me in ieder geval een stuk simpeler voorgesteld. Dat je gewoon je taak uitvoert, en dat je dan weet dat je het goed doet. Zo zit het dus niet. Als team zijn we voortdurend bezig om te evalueren of we het goed doen of niet en welke richting we op moeten gaan.

Veel Roma zien het Romani niet als een geschikte taal voor religieuze activiteiten, zoals bidden, kerkdiensten of de Bijbel. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat deze bevolkinsgroep veel gediscrimineerd wordt. Daarbij zien veel mensen hun taal niet als een echte taal, omdat het niet geschreven wordt en geen vastgelegde grammaticale regels heeft. Dit heeft tot gevolg dat slechts enkelingen enthousiast zijn voor de Bijbel in hun taal. Als team zijn we bezig om een goede manier te vinden om te beantwoorden aan de noden van de Roma en hun de boodschap over te brengen dat ze God kunnen aanbidden in hun eigen taal.

Ik denk vaak terug aan het meisje van 14 dat het idee kreeg om Bijbelvertaler te worden. Haar droom is op een heel andere manier verwezenlijkt dan zij had gedacht, maar het is dan ook niet haar droom die ze verwezenlijkt: ze mag net zoals alle andere christenen meewerken in het koninkrijk van God.

English version

To the mission field

One morning, when I was about fourteen years old, I was sitting on the side of my bed. All of a sudden I thought, ‘I like languages and cultures, why won’t I become a Bible translator?’ I went downstairs and told this to my mom and she answered: ‘I think that fits you very well.’ ‘Is this my calling?’ I thought later. ‘Has God called me in this way?’ Anyway, the idea didn’t go away. And now I’m here, in Romania, helping with the translation of the Bible into Romani, the language of the Roma gypsies. Between that vocation moment and now are twelve years. It was not a straight line from the call to the mission field, however God has never left me on my own.

The first thing I did after I had this idea, was to get in contact with Wycliffe Bible Translators, and I asked them what I had to do in order to become a Bible translator. Their answer was that I should study linguistics. So I chose all the languages I could choose, heading towards the study of linguistics. After I did the Wycliffe orientation course, I started to study linguistics enthusiastically. Everything went well, and when the end of my bachelor was approaching, I decided to apply for Wycliffe. I had heard that the application period could take a year, so that would mean that I could start working right away after I had finished my masters.

The application period also went well. Even things I didn’t do at all with the focus on Bible translation (studying in France, jobs, etc.) turned out to be a perfect preparation for what was ahead of me. But a short telephone call changed everything: I had to get a medical insurance for expatriates. As soon as I heard that, I knew I was in trouble. I have a chronic bone disease and because of that I’ve had surgery several times. And indeed, it turned out to be impossible to get the insurance, the way to Bible translation seemed to be closed. The period that followed was a period of waiting, searching possibilities, and more waiting. I decided to go to Germany for a year, to study theology. In the beginning of that year, my focus was still on Bible translation, but the longer the silence from the Wycliffe office lasted, the less hope I dared to have.

I reconciled myself with the fact that there were also other ways to serve in God’s kingdom, and I started to apply for other jobs. But this didn’t go well at all. One day I was complaining to my parents about my situation, and my mother said: ‘Just try one more time to send an email to Wycliffe. When you don’t get a positive answer then, you will close this chapter for ever, but just try it one more time.’ It was like what Jesus said to his disciples: ‘Throw your net out on the other side.’ Although I didn’t believe in it, I sent an e-mail to Wycliffe, and miraculously, my net was full of fish: I only had to do a psychological test and then I was accepted as a Wycliffe member.

In the end I got accepted. I have to be in the Netherlands three months a year now, so that I can keep my Dutch insurance, and I don’t have any disability insurance. In other words, the situation is not ideal, but I thank God every day that He made it possible.

The mission field is different from what I had expected. I don’t know precisely what I had expected, but I guess I had imagined it to be simpler. For instance, that you just carry out your task and that you know whether you are doing it right. It’s not like that. As team we are constantly evaluating whether we are doing it right or not, and in which direction we need to go.

One of the difficulties is that many Roma don’t consider Romani to be an appropiate language for religious activities, like praying, church services or the Bible. This has, among other things, to do with the fact that this population has been discriminated against a lot, and still is. Also, some of them don’t even consider their language to be a proper language, because they don’t use an official orthography and they don’t have grammatical rules that are written down. As a team, we are working hard to find a good way to respond to the needs of the Roma people and to spread the message that their language is good enough to use to worship God.

I often think back to the fourteen year old girl that got the idea of becoming a Bible translator. Her dream has been realized in a whole different way than she had thought, but then again, it not her dream that she is realizing: God allows her to work, along with all other Christians, in His kingdom

Românește

Cum am ajuns in misiune?

Intr-o dimineață, aveam vreo14 ani, pe cand stateam așezata pe patul meu m-am gândit astfel: îmi plac culturile, îmi plac limbile, de ce sa nu devin un traducator al Bibliei? M-am dat jos din pat, i-am spus mamei mele și ea a răspuns: „Da, cred că ăsta e cu adevarat ceva pentru tine.” „Aceasta a fost chemarea mea?” m-am gândit mai târziu. „Așa Domnul m-a chemat?” În orice caz, ideea nu a mai plecat. Și acum sunt aici, în România, și ajut cu traducerea Bibliei în limba țigănească. Între momentul pe care l-am descris și astăzi sunt 12 ani. Nu a fost un drum direct de la chemare la misiune. Au fost momente în care m-am îndoit de acea chemare, dar Domnul nu m-a lăsat niciodată singură.

Primul lucrul pe care l-am facut a fost să trimit un e-mail la Asociația Wycliffe, cei care se ocupă de traducerea Bibliei în foarte multe limbi, și i-am întrebat ce trebuie să fac ca să fiu un traducator al Bibliei. Răspunsul lor a fost că trebuie să studiez Limbile Straine. Atunci am inceput sa ma pregatesc suplimentar pentru admiterea la Limbi Straine. Intre timp am făcut un curs de orientare la Wycliffe, după care am inceput entuziasmată să studiez limbile în Amsterdam. Lucrurile au decurs bine, iar în penultimul an al facultății am început procesul de angajare, proces care durează un an sau mai mult.

La interviu a fost foarte bine. Experienta mea profesionala din vremea studentiei și faptul că am studiat în Franța părea să fie o pregătire perfectă pentru ceea ce mă aștepta în lucrare. Dar un apel telefonic scurt a schimbat totul: aveam nevoie de o asigurare pentru a putea locui în strainătate. La noi în Olanda, cine locuiește în străinătate, asigurarea olandeză pe care-o avea nu mai este valabilă. Atunci e nevoie de o altfel de asigurare. Însă nu puteam accesa acea asigurare din cauza bolii mele, și anume o boală de os pentru care am facut multe operații. Asigurarea mi s-a refuzat pe motiv că aveam multe cheltuieli cu operațiile. Drumul spre traducerea Bibliei părea a fi închis. Perioada care a urmat a fost o perioadă de răbdare, de a cerceta posibilități, și mai multă răbdare. Am decis să mă duc în Germania ca să studiez teologie acolo cu gândul că mă va ajuta la traducerea Bibliei, dar cu cât întârzia mai mult răspunsul celor de la Wycliffe, cu atât pierdeam speranța mai mult și mă îndoiam mai tare că ar mai fi o possibilitate să lucrez pentru ei.

M-am împăcat cu ideea că pot să lucrez și într-un alt mod pentru Împarația Lui Dumnezeu și am inceput să caut alte joburi. Dar nu am găsit nimic. Într-o zi m-am plâns la părinții mei despre situația mea, și mama mea a zis: „Hai, mai trimite încă un e-mail la Wycliffe. Dacă nu primești un răspuns favorabil nici de data asta, atunci așteptarea ta va lua sfârșit, dar trebuie să mai încerci încă o dată.” M-am simțit la fel ca ucenicii când Isus le-a zis: „Aruncați plasa în altă parte.” Chiar dacă nu am mai avut nici o speranță, am trimis e-mailul la Wycliffe, și s-a întâmplat: plasa mea a fost plină de pește. Am avut nevoie numai de un test, și apoi am fost angajată. Și am fost angajată cu adevărat. Acum trebuie să fiu în Olanda pentru trei luni în fiecare an ca să nu pierd asigurarea, astfel situația mea nu este ideală, dar sunt Domnului recunoscătoare în fiecare zi pentru că pot să fiu în România.

Dar de ce România? La început nu am avut nicio idee unde vreau să mă duc. Am stiut doar că vreau să fiu un traducator al Bibliei. Mai târziu aveam ideea să mă duc în China, și am început să învaț limba chineză. Dar dupa ce mi-a fost clar că nu pot să locuiesc în străinătate a trebuit să caut alte posibilități. Wycliffe mi-a zis că sunt proiecte și în Europa și mi-a dat două posibilități: în Spania și în România. În timpul studiul meu în Franța m-am împrietenit cu niște fete din România. Le-am vizitat odată în România și datorită lor m-am interesat de România. Și acolo in Franța am facut cunostiință cu Rromi. La biserica unde mergeam, la poartă stătea o cerșetoare rromă și în fiecare duminică vorbeam cu ea. M-am dus și la un festival de cultură rromă. De aceea, am crezut că Domnul a folosit timpul meu în Franța ca să mă pregatesc pentru timpul în România. Nu m-am gândit la România niciodată ca un câmp de misiune, dar Domnul m-a adus aici.

Lucrarea de misiune nu este cum mi-am imaginat, credeam că e mai simplu. Că faci ce trebuie, și apoi te simți bine, pentru că stii că ai facut un lucrul bun. Dar nu e așa. Cu echipa mea ne gândim întotdeauna cum trebuie să facem lucrarea, dacă facem lucrarea dupa voia lui Dumnezeu și în ce directie trebuie să mergem. Mulți Rromi nu gândesc că limba Rromani este o limbă potrivită pentru activitați religioase ca rugaciunea, serviciile divine sau cititul Bibliei. Ei sunt obisnuit ca limba lor să nu fie prețuită. Consecinta este că numai unii sunt entuziasmați pentru traducearea Bibliei în limba lor. Împreună cu echipa mea încercăm să gasim un mod bun de a răspunde nevoilor lor și le transmitem mesajul că și ei pot să laude pe Domnul în limba lor.

De mult ori mă gândesc la fata de 14 ani, care a primit ideea să fie un traducator al Bibliei. Visul său s-a realizat într-un mod complet altfel decât s-a gândit ea, dar nu asta contează, ci faptul că poate să lucreze, ca orice creștin, pentru împaratia lui Dumnezeu.

Marlute vertelt over haar ervaringen

Wonen bij de Roma in Roemenië.
Als je dit idee voorstelt aan een Roemeen is de reactie vaak negatief: ‘Hoe kun je in vredesnaam wonen bij de Roma?’ Roma, ook wel zigeuners genoemd, worden meestal gezien als onbetrouwbare, vieze mensen. Veel mensen denken zelfs dat het gevaarlijk is om daar te wonen.
Sinds een kleine anderhalf jaar woont en werkt Marlute als bijbelvertaalster onder de Roma in Roemenië.
Op dit moment is Marlute voor een paar weken in Nederland.
Op d
insdag 15 september om 19.30 uur zal ze in het Gemeenschappelijk Christelijk Centrum “De Verkenningston” aan de Prins Hendriklaan 13-15 in Den Helder vertellen over haar ervaringen tot nu toe.
U bent van harte welkom om deze avond bij te wonen.

het thuisfrontcomité